France   Espagne   Royaume Unis   Brésil, Portugal   Italie   Hollande  

BIOGRAPHIE - LEVEN VAN TERESA


De elf maanden in de Karmel de Los Andes. (1919-1920).


Teresa treedt op 7 Mei 1919 als novice in de Karmel van los Andes. Zij begint haar postulaat, de eerste stap van haar leven als religieuze. Zij ondergaat in haar hart een diepe vreugde omdat zij zich volledig aan God heeft gegeven, met afstand van hetgeen haar het liefste was, haar familie, om Christus te kunnen volgen. Vanaf het begin streeft zij er naar om de regels van de karmelietessen met grote perfectie te volgen, grote trouw en liefde, terwijl zij zich aanbiedt voor de nederigste en onaangenaamste taken. Zij is van mening dat het karmelietessenleven bestaat uit drie dingen:liefde, lijden en gebed voor de bekering van zondaars en de heiliging van de priesters en de Kerk.

Met toestemming van haar priorin, die begrijpt dat de nieuwe postulante een uitzonderlijke ziel is, heeft Teresa het druk met het schrijven van brieven. Haar brieven stralen haar liefde voor Christus uit en haar vreugde volledig aan Hem toe te behoren. Geraakt door haar getuigenis treden verschillende van haar vriendinnen in het klooster.

Op 8 september 1919 wordt Teresa aangenomen voor het noviciaat en wordt ingekleed. Op 19 oktober 1919 ontvangt zij het habijt in aanwezigheid van haar familie en veel vrienden. Al de aanwezigen zijn onder de indruk van haar stralende vreugde.

Teresa ontvangt in haar klooster veel genaden door haar vereniging met God, hoewel zij niet vrij is van geestelijke beproevingen, vooral bekoringen en geestelijke dorheid. Zij heeft een bevoorrechte geestelijke band met haar priorin, maar de assistente van de priorin voor het noviciaat, laat haar veel lijden door haar constant te corrigeren.


In de eerste weken van maart 1920 zegt Teresa tegen haar biechtvader dat zij nog maar één maand te leven heeft op aarde. Zij vraagt hem toestemming voor bijzondere boetedoening. Haar biechtvader gelooft haar niet, -hoe zou zij de tijd van haar dood kunnen weten- en zegt dat zij tevreden moet zijn met de perfecte inachtneming van de regel van de karmelietessen. Zij wordt getroffen door een ziekte waarvan zij weet dat die zal leiden tot haar dood. Toch neemt zij deel aan al de geestelijke oefeningen voor de vasten dat jaar . Dat betekende o.a. streng vasten.

Op Goede Vrijdag 2 april 1920 begint Teresa haar kruisweg, Christus volgend. Zij brengt veel uren biddend door in het koor. De zusters merken dat zij hoge koorts heeft en sturen haar naar bed. Verschillende artsen onderzoeken haar, maar slagen er niet in de koorts te verminderen die haar verteert. Hun diagnose is een tyfus in vergevorderde staat.

Op 7 april mag Teresa tot haar vreugde haar kloostergeloften afleggen "in articulo mortis" overeenkomstig de gewoonte dat een novice in gevaar van sterven haar geloften mag afleggen.
Na veel lichamelijk en geestelijk lijden geeft Teresa haar ziel aan God en sterft op 12 april 1920 om 19.15 uur. "Voor een karmelietes heeft de dood geen betekenis. Zij gaat het werkelijke leven binnen, om in de armen te vallen van Hem die zij heeft lief gehad boven alles op aarde, om voor eeuwig ondergedompeld te zijn in de Liefde".

De begrafenis is op 14 april. De zusters en de familie zijn verbaasd te zien hoe de kapel van het convent overstroomd wordt door mensen, die, hoewel zij Teresa niet gekend hebben, gekomen zijn om de kleine heilige, die juist gestorven is, te vereren, zoals zij zeggen. Teresa's faam van heiligheid is dus onmiddellijk en dat zal de komende jaren nog toenemen. De zusters ontvangen al heel gauw vele getuigenissen van personen die gunsten ontvingen door tussenkomst van Teresa.


Op 23 november 1920 de jongere zuster van Teresa, Rebeca, treedt in de Karmel van Los Andes, in de overtuiging dat God haar roept om haar zuster in de communiteit te vervangen. Zij zal dapper in de voetstappen van Teresa gaan tot haar dood in 1942.

 

 

Haut de page